Winkelwagen Winkelwagen 0 items

100% van onze klanten beveelt ons aan

Hulp bij bestellen?

Bel 0599 312 142

Zoek op voertuig

Bandenspanning vinden en tips

De correcte bandenspanning kunt u terug vinden in de auto of het instructieboekje. In de wagen is de bandenspanning te vinden op een sticker
in de deurstijl van de bestuurder, op de tankklep, op de zonneklep of in het handschoenenkastje. Een aantal tips wanneer u zelf de banden op spanning brengt:

  • Controleer eerst altijd of de bandenmaat van de auto dezelfde bandenmaat is als op de sticker staat aangegeven. Bij een afwijkende
    bandenmaat, gebruikt u de hoog belaste adviesspanning in de tabel.
  • De geadviseerde bandenspanning wordt standaard weergegeven voor een omgevingstemperatuur van 20 graden Celsius. Is
    het buiten warmer? Dan moet er per 10 graden 0,1 bar worden op getelt bij de weergegeven spanning. Is het buiten kouder? Dan
    moet er de adviesspanning per 10 graden 0,1 bar worden verlaagd.
  • Controleer de bandenspanning bij voorkeur met nog niet opgewarmde banden. Als er meer dan 15 minuten of 5 km hebt is gereden,
    loopt de druk op. Is dit het geval, dan kunt u het beste 0,3 bar bij de voorgeschreven adviesspanning optellen. Let op; verlaag nooit de spanning bij opgewarmde banden.
  • Staat er geen aparte adviesspanning op de sticker vermeld voor winterbanden? Neem dan de adviesspanning behorend bij de juiste bandenmaat en tel daar 0,2 bar bij op .
  • Controleer periodiek de bandenspanning (tenminste om de 2 maanden).

Geen sticker of instructieboekje voor handen? Van de onderstaande automerken kunt u de bandenspanningstabellen per wagentype snel even online raadplegen.

Uitleg sticker bandenspanning

Bandenspanning en TPMS

Sinds 1 november 2014 moet iedere nieuwe personenwagen beschikken over een Tyre Pressure Monitoring System. Dit systeem houdt de bandenspanning in de gaten. Welk systeem uw auto heeft kunt u vinden in de gebruikershandleiding of vragen bij uw garage of bandenspecialist. In het algemeen zijn er twee soorten TPMS-systemen: directe en indirecte.

Een direct TPMS werkt op basis van sensoren die de bandenspanning meten. De gemeten spanning geven ze vervolgens door aan de elektronica van de wagen. Iedere band heeft een eigen sensor, die van buitenaf niet zichtbaar is. De meeste sensoren zitten direct achter het ventiel.

Een indirect TPMS werkt zonder een sensor, op basis van de software van de wagen. Zo’n systeem maakt in grote lijnen gebruik van het feit dat een band met een te lage spanning een kleinere omtrek heeft dan een band met een hogere spanning. De band met een kleinere omtrek draait sneller rond. De elektronica van de auto meet dat verschil.

Een wagen met een directe of indirecte TPMS heeft een controlelampje op het dashboard, dat waarschuwt als de spanning in één of meer banden 20% te laag is of als de bandenspanning de ondergrens van 1,5 bar heeft bereikt. Het is een alarmlichtje dat een signaal geeft dat er iets mis is bijvoorbeeld een serieuze onderspanning, mogelijk een lekke band. Als dit lampje brandt is actie vereist!

Alleen een alarmmelding van de TPMS is onvoldoende om erop te kunnen vertrouwen dat er met de juiste bandenspanning wordt gereden. Steeds meer auto’s beschikken over directe systemen die op het dashboard de spanning per band weergeven. Hiermee wordt de actuele spanning per band getoond. Als de spanning bij ‘koude’ banden (als er nog niet mee gereden is) lager is dan de adviesspanning dan is het verstandig ze op te pompen.

Hulp nodig? +-

Heeft u moeite met het vinden van de juiste band? En wilt u wat extra hulp?

Ja graag Nee bedankt